‘Streik, streik, streik!’

Waar zich nu winkelcentrum Seinhorst bevindt, stond destijds een deel van de Nederlandse Seintoestellen Fabriek (Philips). Het kunstwerk aan de Jan van der Heijdenstraat herinnert daaraan. Precies op die plek kwam op 25 februari 1941 rond het middaguur Gerrit Meerbeek aangefietst. Buiten adem, na een bitterkoude tocht uit Amsterdam. De Hilversummer Meerbeek werkte er als meubelmaker bij de Fokker-fabriek. In Amsterdam waren die ochtend al vroeg stakingen uitgebroken om te protesteren tegen een grote razzia waarbij meer dan 400 jonge joodse mannen met bruut geweld waren opgepakt en afgevoerd.

Gerrit spoorde de Hilversumse arbeiders aan om ook te gaan staken. Hij kreeg steun van onder anderen Ab Veltman en Over ’t Spoor-inwoner Anton de Heus. Om half drie liep de NSF leeg. Veltman vertelde later: “Langzaamaan zag je mensen het bedrijf uitgaan. Het werd een grote stroom, en ze riepen ‘streik, streik, streik’.” Na de NSF volgden vele andere Hilversumse bedrijven, merendeels in Oost gevestigd, zoals verffabriek Ripolin en ijzergieterij Ensink. Mannen en vrouwen, waaronder de naaisters van de confectieateliers aan de Noorderweg, legden het werk neer. De Hilversumse Februaristaking beleefde op 26 februari zijn hoogtepunt.

Wat eraan voorafging

Net als in Amsterdam had de Februaristaking ook in Hilversum een roerige voorgeschiedenis. Nadat Nederland door nazi-Duitsland was bezet, probeerde de WA, de knokploeg van de Nederlandse nazipartij NSB, op straat de baas te spelen. De WA’ers marcheerden met veel machtsvertoon in hun zwarte uniformen. En ze hingen borden op met ‘Joden niet gewenscht’. Deze Nederlandse nazi’s werden meer gehaat dan de Duitsers. Knokploegen van joodse en niet-joodse jongemannen gingen regelmatig met de WA-mannen op de vuist.

De WA had zich op 21 december 1940 al flink laten gelden tijdens het huwelijk van de beruchte NSB-er Rost van Tonningen in Hilversum, in bijzijn van de Duitse SS- leider Heinrich Himmler. Ook op 31 januari 1941 sloegen de WA-mannen erop los toen Hilversummers de verjaardag van prinses Beatrix wilden vieren, om te laten zien dat ze voor het Oranjehuis waren en dus tegen de bezetting. Die avond werd er een Duitse wachtsoldaat beschoten en gewond. De dader bleef onbekend, maar als straf werden 35 Hilversumse notabelen opgepakt, onder wie een wethouder en de politiecommissaris.

Hoe de bezetter zich vooral ook in Hilversum liet gelden

De staking in Hilversum ging dus niet alleen om de gebeurtenissen in Amsterdam maar ook om het optreden van de nazi’s en de NSB in Hilversum zelf. Andere stakers van het eerste uur, naast Meerbeek, Veltman en De Heus waren: Piet Noorda, Jan Pastoor, Henk Terwigge, Rie Lips, Arnold Bolderdijk, Jan Kinderdijk, H. Thoma, W. Bunschoten, B. van de Brink, H. de Wit en A. Oordijk. Op de tweede stakingsdag, 26 februari, trokken duizenden stakers onder leiding van deze kopgroep naar het Raadhuis – nu het Hilversums museum – om de NSB- burgemeester een protestverklaring aan te bieden.

Diezelfde dag maakte burgemeester jonkheer von Bönninghausen, de eerste NBS- burgemeester van Nederland, bekend dat iedereen die op 27 februari niet aan het werk ging zou worden opgepakt. Later kreeg de stad door de nazi’s een boete van 2,5 miljoen gulden opgelegd. De gemeenteraad werd ontbonden, en de burgemeester viel voortaan rechtstreeks onder Seyss-Inquart, de hoogste nazileider in Nederland. Die sprak in een toespraak op 12 maart: “Wij zullen de Joden slaan waar wij ze treffen, en wie partij voor hen kiest, moet de gevolgen dragen.”

Kort na de staking, op 7 maart 1941 en een half jaar vóór de landelijke invoering van de maatregel, werden in Hilversum cafés, sportaccommodaties en zwembaden verboden voor joden. Meteen diezelfde dag werden twee joodse meisjes van een hockeyveld verwijderd. Vanaf augustus 1941 waren joodse scholieren niet meer welkom op school. Twaalf leerlingen van het Hilversumse gymnasium stuurden een protestbrief aan ouders, leraren en bestuursleden van de school, inclusief de NSB- burgemeester. Een moedige, maar tevergeefse actie. De ongeveer 2.500 joodse inwoners van Hilversum werden vrijwel allemaal gedeporteerd en omgebracht.

Verzet gaat om meer dan resultaat

In praktische zin heeft de Februaristaking van 1941 weinig opgeleverd. Zo’n 110.000 van de circa 140.000 joodse Nederlanders kwamen in vernietigingskampen om het leven. Maar verzet gaat om meer dan alleen resultaat. Verzet gaat ook om behoud van menselijke waardigheid, ook voor latere generaties. De stakers legden zich niet neer bij de vervolging van joodse medeburgers. Zij toonden zich openlijk solidair met hen. Bovendien was het begin 1941 nog niet zo’n naïeve gedachte dat de Duitse bezetters zich iets van het protest zouden aantrekken. De collaborerende WA’ers misdroegen zich weliswaar, maar de bezetters zelf waren tot dan toe redelijk voorkomend geweest. De staking was daarom een keerpunt. De bezetters waren verrast dat Nederlanders, die ze zagen als een Germaans broedervolk, solidair waren met de joden. En de Nederlanders leerden de ware aard van de bezetters kennen.

Er was moed nodig voor het organiseren van de Februaristaking. Verschillende Hilversumse stakers werden door de nazi’s opgepakt. Onder hen Gerrit Meerbeek. Hij werd begin maart ter dood veroordeeld, maar die straf werd omgezet in levenslang. Hij kwam met enkele andere Hilversumse stakers in een concentratiekamp terecht. Meerbeek overleefde de oorlog.

Joop Lahaise, lid Herdenkingscomité Februaristaking Hilversum

Foto: De ingang van de Nederlandse Seintoestellen Fabriek wordt bewaakt (Bron: Beeldbank WO2 Niod)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *