Dichter
Schelpen vliegen om het huis in zwermen van staal
duizend maal duizend fragmenten metaal
raketten regenen boven de kelders. Je schuilt in je schulp
maar gaat het niet halen, dat je zult sterven je schrijft
ja, wij allemaal! Waarom heb je ons niet ontvangen
in je veilige westerse land?
Op mijn scherm vlaagt de wind wervelt scherven
van strand slaan golven stuk op de daken en taal
vliegt in splinters rond overal uitslaande brand.
Hier staat
het ouderlijk huis nog. Een oorlog geleden
voert een afbuigend spoor haar naar zee.
Neem ons mee, neem ons mee, smeken zaadjes
van zonnebloemen, zaai onder je voeten
de stem van je vader, je moeder, je zus.
ze komen je halen
Op oude grond groeit herhaling: wat hier leeft moet weg
of blijvend kapot.
Een kust verderop zoekt een dochter naar schelpen.
Vaders hand plakt fragmenten van strand
boven haar bed
dak in de nacht, ruis voor haar oren, zalvende slag.
hier kun je de stemmen niet horen
Voeten aan zee bij de branding, wat is vaste grond
als water zich terugtrekt, tussen je tenen het schuim…
als leven het licht uit de lucht zuigt boven je hoofd
skeletten van kalk.
Valavond valt
verspreid over de aarde
in Charkov, Berlijn, Den Haag, Amsterdam.
Ver uit elkaar slaan salvo’s van regen
gaten in zand:
shells, снаряды, гранаты, шрапнель.*
Een schelp
breekt bloed in je hand.
Tussen de scherven houdt het moederhuis stand.
*shells, snaryady, granaty, shrapnel’