“Dames en heren, de Februaristaking. Het is goed om op deze historische plek de februaristaking van 1941 te gedenken. Hilversum had in die tijd weinig om trots op te zijn. Immers, een NSB-burgemeester, Van Buningh, had als rabiaat NSB’er en antisemiet, al voordat het door de Duitsers werd veroordeeld, de bordjes “Voor Joden verboden” laten plaatsen. Velen van u zullen de geschiedenis van de februaristaking kennen. Het is nu 84 jaar geleden en we moeten deze geschiedenis blijven vertellen en doorgeven.
Graag wil ik de gebeurtenissen weergeven, waarbij ik mij baseer op de boeken van B. Seers, Presser, Lou de Jong en Geraldien von Freitag Drabbe Künzel:
Na overleg tussen Himmler en Seyss-Inquart werd besloten dat 425 Joodse gijzelaars in de leeftijd van 20 tot 35 jaar moesten worden opgepakt in het Joodse district van Amsterdam. Deze jonge mannen werden via de Hollandse Schouwburg naar Buchenwald en vervolgens naar Mauthausen getransporteerd. Slechts enkelen keerden na de oorlog terug, en zij die terugkeerden waren ernstig getraumatiseerd.
De razzia gebeurde op zaterdagmiddag 22 februari 1941. Het lid van de Communistische Partij Nederland, Willem Kraan, en zijn partijgenoot Piet Nak vertelden dat ze in de Jodenhoek waren geweest en verschrikkelijke dingen hadden gezien. Willem Kraan was tegelzetter en Piet Nak vuilnisman. Ze zeiden dat er iets moest worden gedaan. Twintig jaar later zei Piet Nak: “Willem was een ijzersterke kerel met tranen in zijn ogen. Hij vertelde hoe daar verschrikkelijk huisgehouden werd, hoe die mensen als beesten geslagen werden. Willem kwam bij mij en zei: dat kunnen we niet dulden, daar moet iets aan gebeuren. De boel moet plat.”
Kraan en Nak sprongen op de fiets en gingen hun kameraden bij de bedrijven langs om hen voor het denkbeeld van een staking warm te maken. ’s Avonds waren er vijftig man bij elkaar, hoofdzakelijk arbeiders van de stadsreiniging en publieke werken en voor het grootste deel leden van de Communistische Partij. Nak vertelde dat wat ze in Duitsland deden daar misschien mogelijk was, maar dat het hun zaak was. Dat was anders. Wij, als Amsterdamse bevolking, met ons Kattenburg, onze Jordaan, de arbeidersklasse, wij met onze Joodse vriendjes en vriendinnetjes, toen we klein waren, speelden samen op straat en op de trap. Dat konden we niet dulden; we moesten alles in het werk stellen om de volgende dag in Amsterdam de boel plat te krijgen. Staakt, staakt, staakt!
Er werd gestaakt op 25 februari. De golf sloeg onder andere over naar Hilversum. Gerrit Meerbeek, een Hilversumse meubelmaker, reisde dagelijks per trein naar zijn werk bij de Fokkerfabriek in Amsterdam. Op 25 februari stormde een collega opgewonden binnen en vertelde dat er in de stad werd gestaakt. Meerbeek legde onmiddellijk zijn werk neer, lichtte de Hilversumse kameraden in en snelheid was geboden. Vanaf het station in Hilversum rende hij rechtstreeks naar het NSF-terrein aan de Jan van de Heijdenstraat — dat is de plek waar wij nu staan. Hij riep de werknemers op het werk op hun werkzaamheden neer te leggen uit solidariteit met de Amsterdamse stakers. Bijna alle 2000 werknemers hebben het werk neergelegd.
Ger Meerbeek werd gearresteerd en begin maart ter dood veroordeeld, een straf die later werd omgezet in levenslang. Zijn hachelijke tocht langs Duitse gevangenissen begon. Anderen, zoals De Heus en Veldman, zetten het werk van Meerbeek voort. Belangrijke fabrieken gingen plat: de machinefabriek en zink Polak en Zwart, de verffabriek Jaarsmaarde — ook bij andere fabrieken legden kleine groepen het werk neer.
Op 26 februari overspoelde de mensen de Groest in Hilversum. Ooggetuigen spreken van duizenden, misschien wel tienduizenden mensen. Ik citeer nu een stukje uit een interview van Anton Deus: “26 februari, op de Groest, zag je van alle kanten mensen aanlopen — uit de Kerkstraat, vanuit de Spoorstraat, de Leeuwenstraat. Onbegrijpelijk, zoveel waren er; sommigen zeiden wel honderdduizend. Een aantal mensen liep voorop naar het raadhuis via de Bussummerstraat en het Melkpad. Veldman zei: toen zagen we die SS het raadhuis uitkomen en in een linie gaan liggen, met hun geweren. De mensen konden niet omkeren, want er kwam nog een grote hoeveelheid achter ze aan. Het was een riskante situatie. De mensen gingen gauw terug in de richting van de Kerkstraat en naar de Kerkbrink, onder meer via de Havenstraat.”
Op het bordes van het voormalige raadhuis op de Kerkbrink zaten Duitse militairen met hun geweren in de aanslag. Gelukkig is er niet geschoten. Als demonstratie tegen de Jodenvervolging was het volkomen geslaagd. Het was een enorme gebeurtenis; het was de enige keer in de oorlog dat er op zo’n manier werd geprotesteerd tegen racisme. Het was geweldig, aldus De Heus. Ook de Hilversumse scholieren van het gymnasium en de HBS deden mee aan de staking. Hier kan Hilversum met heel veel trots aan terugdenken. De autoriteiten hier wisten van niets en begrepen niet wat hen overkwam; de staking kwam, net als in Amsterdam, na twee dagen ten einde.
Hilversum moest binnen een week een schadebedrag van 2,5 miljoen gulden betalen, destijds een exorbitant bedrag. De staking was het enige massale protest in Europa tegen de Nazi’s in Europa. Dit was een krachtig symbool van verzet en een heldhaftige daad van solidariteit. Vandaag staan we hierbij stil, om de stakers en hun heldendom van toen te herdenken. Zij staan symbool voor de strijd tegen onderdrukking, rassenwaan en fascisme.
Als we naar de wereld van vandaag kijken, zien we opnieuw grote problemen die solidariteit en verzet vereisen: vreemdelingenhaat, onverdraagzaamheid, racisme, discriminatie, antisemitisme en niet te vergeten de dreiging van wereldwijde autoritaire regimes. Het Jonas Daniel Meijerplein, waar de razzia begon, is sindsdien een plek van herdenking; het monument De Dokwerker herinnert aan de moed van de stakers die tegen het onrecht protesteerden. Willem Kraan, een van de initiatiefnemers van de staking, werd in 1942 met 32 anderen gefusilleerd.
Dames en heren, de februaristaking was een unieke gebeurtenis in onze geschiedenis, maar de waarde ervan is tijdloos. De stakers van 1941 laten ons zien dat wij als gewone mensen verschil kunnen maken, dat solidariteit sterker is dan angst. We moeten dit voorbeeld, dat de stakers volgen, niet wegkijken maar opstaan, niet zwijgen maar spreken, niet toegeven aan haat maar kiezen voor hoop.
Graag lees ik nu de derde strofe van het gedicht van de Nederlandse bezetene en dichter Henk van Randwijk:
“We staan te zamen voor het gericht
voor goed of kwaad te kiezen.
Een volk dat voor tirannen zwicht
zal meer dan lijf en goed verliezen —
dan dooft het licht.”