Zeer geachte aanwezigen,
Het probleem met onze herinnering aan de Februaristaking is al 85 jaar lang dat er geen beelden van zijn. Geen film, geen duidelijke stakingsfoto’s. Niemand heeft het destijds aangedurfd ze te maken. Ik hoorde er een kleine veertig jaar geleden een verhaal over van Ad Windig, een van Nederlands grootste fotografen, hij behoorde in de laatste oorlogswinter tot de groep van de Ondergedoken Camera, die zowel de hongerwinter als het verzet illegaal in beeld bracht.
Op 25 februari 1941, 85 jaar geleden dus, zat hij in Amsterdam op zijn werk, op de redactie van de toen nog niet verboden krant Het Volk. Opeens hoorden ze daar aanzwellend straatrumoer. Er liep een grote sliert mensen langs het grachtenpand. Samen met een collega snelde Windig de trap af, fototoestel in de hand. Beneden, in de stoet van stakers, realiseerde hij zich opeens het gevaar. Dat fototoestel was eigendom van de krant, als hij ermee zou worden gesnapt zouden de gevolgen ongetwijfeld ernstig zijn. Hij keerde om, rende terug naar zijn bureau, legde daar zijn toestel terug, en ging weer naar buiten, om mee te staken en te demonstreren tegen de maatregelen van de bezetter.
Ad Windig heeft van dat moment altijd heel veel spijt gehad, ‘als haren op mijn hoofd,’ zo zei hij destijds. Hij had de kans op uniek fotowerk laten lopen. En hij voelde zich daardoor zijn leven lang verantwoordelijk voor het ontbreken van visuele bewijzen voor die unieke actie op 25 februari, die staking tegen de rotstreken van de moffen. Want daar ging het voornamelijk om: het weekend ervoor hadden de nazi’s meer dan 400 joodse mannen bij een razzia in de joodse buurt van de hoofdstad opgepakt en afgevoerd. Van hen zou er uiteindelijk één uit Mauthausen terugkeren, de rest is er vermoord. De door Amsterdamse communisten georganiseerde staking werd bekend als de enige grootscheepse anti-pogrom-actie in heel bezet Europa.
Dat er in Hilversum ook gestaakt is, weten in Nederland maar heel weinig mensen. Ook in Utrecht hebben duizenden mensen hun werk neergelegd. Dat is in Utrecht vandaag een jaar geleden voor de allereerste keer herdacht – zo onbekend is ook daar die staking altijd gebleven. In de kranten stond over de acties en demonstraties helemaal niets, die dagen. De redacties hadden via het door de nazi’s beheerste persbureau ANP de mededeling gekregen dat over de onrust in Amsterdam niet mocht worden geschreven. Het was mooi om te ontdekken dat het woord staking op donderdag 27 februari TOCH te lezen was op de voorpagina van het Utrechts Nieuwsblad. Daar stond een door de burgemeester ondertekende oproep om, ik citeer letterlijk, ‘af te zien van werkstaking of sabotage in enigerlei vorm.’ Naar ik aanneem een foutje in de regie van de bezetter: zo konden de Utrechters toch weten dat er sprake was van stakingen.
Het laten overslaan van de Amsterdamse staking naar andere steden was het werk van enkelingen. In Hilversum was het te danken aan Gerrit Meerbeek, een 38-jarige meubelmaker, die in Amsterdam-noord bij Fokker werkte. Toen daar op de ochtend van dinsdag 25 februari de staking uitbrak ging hij snel naar het station en nam de trein terug naar Hilversum. Hij fietste naar de NSF-fabriek, hier dus, en riep de arbeiders op het Amsterdamse voorbeeld te volgen. Dankzij een hele groep medestanders lukte dat, de NSF en tal van andere bedrijven stroomden leeg.
Iets soortgelijks gebeurde in Utrecht, alleen pas de volgende dag. De arbeiders van treinenfabrikant Werkspoor vergaderden in de kantine, er was volop twijfel of ze het risico op staking zouden nemen. Tot het zoontje van de baas opstond en de arbeiders opriep aan het werk te blijven. Maar deze M.H. Damme was allesbehalve geliefd bij de Werkspoormensen, ze vonden hem pro-Duits. En het effect van zijn optreden was dat de duizenden arbeiders nu helemaal overtuigd waren: ze liepen de poort uit.
Het bijzondere van de staking in Hilversum was dat er de volgende dag een vervolg kwam. En wel in de vorm van een massale demonstratie waaraan naar schatting van deelnemers misschien wel 10.000 stakers hebben meegedaan. De organisatoren hadden de vorige avond, tegen een verbod in, briefjes verspreid met een oproep om 2 uur naar de Groest te komen. Het moet een ongekend spannende situatie geweest zijn: Duitse politietroepen stonden gewapend klaar op het bordes van het toenmalige raadhuis, waar de demonstranten naar op weg waren. Geschoten is er, wonder boven wonder, uiteindelijk niet.
Dit is precies wat wij naoorlogse burgers ons maar moeilijk kunnen voorstellen. Stakingen komen bijna niet meer voor. Ik ben er als verslaggever vroeger vaak bij geweest. De sfeer was soms enigszins geladen, maar meestal vrij vrolijk.
In de oorlog waren stakingen een kwestie van leven of dood. De getuigenissen van de stakende Hilversummers geven daar een beeld van. Ze waren bang dat de Duitse ordetroepen erop los zouden schieten – die waren zoiets niet gewend. Toen de hoogste SS- en politiechef in Nederland, de meedogenloze Hanns Albin Rauter, voor het eerst van de staking hoorde heeft hij volgens Loe de Jong gereageerd met: ‘Streik? Streik? Streik gibt’s nicht im dritten Reich.’ In Amsterdam liet hij de Duitse troepen met scherp op de stakers schieten – er vielen negen doden in de straten van de hoofdstad.
In 1981 sprak ik voor het Utrechts Nieuwsblad met twintig Februaristakers van veertig jaar daarvoor. Het meest is me bijgebleven dat verhaal van staker Wethly, die meeliep in de stoet van Utrecht-Noord naar het stadscentrum. ‘We liepen over de volle breedte van de Amsterdamsestraatweg. Maar op de stoep stonden Duitsers in uniform, met de karabijn in de aanslag. Geloof me, ik ben mijn hele leven niet zo bang geweest als die dag.’
Over het algemeen zat de schrik er hevig in bij de Februaristakers. Dat bleek vooral twee jaar later. Eind april 1943 brak er overal in het land een nieuwe staking uit, nu gericht tegen het wegvoeren van mannen in het kader van de Arbeitseinsatz. Het begon in Hengelo, de staking verspreidde zich over het hele land. Dat was te danken aan telefoniste Femy Efftink van Stork die alle relaties van het bedrijf afbelde. Er gingen in totaal 500.000 mensen in staking, het werd de grootste actie uit de hele oorlog. Maar de steden in het westen waren niet van de partij, in Amsterdam, Hilversum en Utrecht bleef vrijwel iedereen aan het werk. In de rest van het land brak daarna de hel los. Rauters troepen gingen moordend rond, overal waren fusillades, in totaal vielen 175 doden. Het is eigenlijk niet te bevatten, een staking met 175 doden.
Ik heb me altijd afgevraagd waarom al die 500.000 stakers dat enorme risico gelopen hebben. Pas vrij kort geleden werd me duidelijk hoe dat kwam: in de rest van het land wisten ze niet dat er twee jaar eerder ook gestaakt was. En dat de ordetroepen toen met scherp geschoten hadden. Want het had nooit in de krant gestaan, elke berichtgeving was immers verboden. De nazi’s hadden het stil kunnen houden.
Het is te cynisch voor woorden, maar het is niet anders: het ontbreken van vrije pers leidt tot het ontbreken van kennis, en dus ook tot het missen van de waarschuwing om voorzichtig te zijn met nietsontziende regimes. Wat een gruwelijke les.
Ik dank u voor uw aandacht.