Geachte aanwezigen,
Ik werd geboren op 6 augustus 1963, de dag dat de atoombom op Hiroshima viel, 18 jaar eerder. Ik groeide op met de beelden van de concentratiekampen uit de Tweede wereldoorlog en het boek De Ramp over de watersnoodramp in 1953 lag bij mijn ouders op tafel. Het waren ook de jaren van de Vietnam oorlog, de landing op de maan en de coups in Latijns Amerika. Kortom beeld, begreep ik al vroeg, vertelde heel veel en voorkwam dat we konden zeggen dat we het niet hadden geweten.
Al vroeg werd ik daardoor zelf geraakt door de medium fotografie en wat voor een krachtig wapen de camera kon zijn en hoe beelden uit de Vietnamoorlog uiteindelijk de publieke opinie konden doen kantelen. Ik leerde mezelf ontwikkelen en afdrukken en bouwde een doka in de kast van mijn ouders. Ik wist het zeker, ik zou fotograaf worden en meldde mij na mijn eindexamen, vol goede moed aan op de academies in Den Haag en Breda. Het werd een grote desillusie want ik werd afgewezen op kwaliteit en motivatie. Boos hing ik de camera aan de wilgen.
Maar de fotografie bleef trekken en ik kocht fotoboeken bij antiquariaten en ging naar fototentoonstellingen waar ze maar waren. Een lange reis midden jaren tachtig bracht mij naar China, Tibet en naar de Filipijnen waar ik verslag deed van de val van dictator Marcos, ik vond toch mijn roeping.
In december 1987 brak de eerste intifadah uit in het vluchtelingenkamp Jabalia in Gaza, samen met Max Arian van de Groene Amsterdammer deed ik verslag van de gebeurtenissen, verwonderd dat zoveel mensen in opstand kwamen tegen een bezetting.
In de jaren erna deed ik als fotograaf veel verslag van vergeten conflicten, conflicten die de krant niet meer haalden: Sierra Leone, Angola, Mozambique, Liberia, Zaïre, Kashmir. Ongevaarlijk was het niet, maar als journalist, fotograaf genoot je altijd de bescherming van je beroep en was je niet een doelwit. Dit veranderde: kidnappings kwamen steeds verder vaker voor en er werden exorbitante bedragen geëist als losgeld. Als fotograaf werd je een politieke speelbal en een troef. Het waren benauwde momenten in Sierra Leone, Colombia en Kashmir.
De laatste jaren is er een ongekend nieuw tijdperk aangebroken, waar er opeens ruimte lijkt te zijn voor alternatieve waarheden. The Washington Post altijd geroemd als een van de beste kranten in de wereld, die altijd de macht bevraagt en tijdens de eerste termijn van Trump als credo had ‘democracy dies in darkness’ is in handen van Jeff Bezos, de eigenaar van onder andere Amazon. Nog geen twee weken geleden werden er 300 journalisten ontslagen op staande voet, meer dan 30% van de hele staf. Sowieso is vrijwel alle voorheen onafhankelijke media in handen van grote uitgeefconcerns waar winstmaximalisatie vaak het belangrijkste is en niet noodzakelijkerwijs diepgravende journalistiek.
Laten we waakzaam blijven in deze tijden zodat het onafhankelijke woord en beeld blijft bestaan. Objectieve journalistiek bestaat niet want ik bepaal vanuit welke hoek en ik op mijn moment een foto maak. Maar het is een waarheid en deze voldoet aan journalistieke ethische waardes, dit onderscheidt een fotojournalist van iemand met een iPhone.
In de meer dan twee jaar durende Gaza oorlog zijn er meer fotografen, journalisten en camera mensen omgekomen dan in de hele Tweede wereldoorlog. Het is een poging het beeld de mond te snoeren. Uit Soedan horen we overigens bijna helemaal niks meer.
Met de komst van AI en de opkomst van reactionaire regimes, ook in ons democratische Europa, staat de waarheid onder druk en verdient onafhankelijke journalistiek en daarmee ook een publiek bestel alle steun, want anders nemen algoritmes, sociale media het over en we weten uit het verleden wat de consequenties kunnen zijn als de pers de mond wordt gesnoerd. Dit mag nooit meer gebeuren!
Ik dank u.