De Februaristaking in Hilversum vond plaats op 25 en 26 februari 1941 en was een belangrijke, grootschalige verzetsactie tegen de Duitse bezetter en de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Deze staking begon oorspronkelijk in Amsterdam als reactie op de eerste razzia’s op 22 februari waarbij honderden Joodse mannen werden opgepakt. De staking verspreidde zich als een olievlek over verschillende plaatsen waaronder Hilversum en was het enige massale en openlijke protest tegen de Jodenvervolging in bezet Europa.
In Amsterdam lag de basis voor de staking bij de illegale Communistische Partij Nederland (CPN) die opriep tot actie met het motto ‘STAAKT!!! STAAKT!!! STAAKT!!!’. Op 25 februari werkte Gerrit Meerbeek, een Hilversumse communist en werknemer bij Fokker in Amsterdam, die dag niet mee aan zijn gewone werk. Hij nam pamfletten over de staking mee terug naar Hilversum en wist daar bij de Nederlandse Seintoestellen Fabriek (NSF), het grootste bedrijf in Hilversum met zo’n 4000 werknemers, de staking uit te roepen. Ruim 2000 medewerkers legden het werk neer en andere bedrijven volgden snel. Ook arbeiders van metaalbedrijf Ensink, verffabriek Ripolin, de melkfabriek en andere ondernemingen deden mee.
Op de tweede dag, 26 februari, verzamelden volgens onbevestigde berichten mogelijk 10.000 mensen uit Hilversum en omgeving zich in het centrum. Ze trokken in een demonstratieve stoet naar het nieuwe raadhuis, dat onder Duitse bezetting stond, maar werden tegengehouden door Duitse soldaten. Toen de stoet doorliep naar het oude raadhuis werden ze ook daar geblokkeerd en later verspreid.
De bezetter reageerde fel op deze staking. De Wehrmacht gaf opdracht dat op 27 februari alle bedrijven weer moesten werken en stelde een samenscholingsverbod in. Overtreders werden zwaar bestraft, soms met doodstraf. Hilversum kreeg een hoge boete van 2,5 miljoen gulden, die werd doorberekend aan de inwoners via extra belastingen. Daarnaast voerde de bezetter bestuurlijke maatregelen door, waarbij de rijkscommissaris nu burgemeesters kon ontslaan en gemeenteraden ontbinden. Zo werd NSB-burgemeester Ernst von Bönninghausen benoemd tot regeringscommissaris.
De Februaristaking in Hilversum was een moedige en unieke gebeurtenis in het Nederlandse verzet tegen de bezetter en Jodenvervolging. Voor Hilversum, waar voor de oorlog ongeveer 600 Joodse families woonden, gaat deze staking de geschiedenis in als een teken van solidariteit en verzet. Aanvallen door de bezetter op de lokale bevolking en zware repressie volgden, maar de staking blijft een belangrijk symbool van verzet.
Deze gebeurtenissen worden vastgelegd en herinnerd in Hilversum, met een plaquette ter nagedachtenis aan de staking en haar deelnemers en een jaarlijkse herdenking op 26 februari.